Voetius over de schepping

Het RD is nu bezig met een serie artikelen over theologen uit het verleden die aangehaald werden alsof ze ruimte zouden geven om biljoenen jaren in Genesis te lezen. Een uitstekende correctie, zeker het eerste artikel. Zegt prof. dr. Benno A. Zuiddam:

„De algemene christelijke kerk heeft de klassieke scheppingsleer steeds aanvaard, van Pinksteren tot aan de verlichting. Toen werd het donker.”

Inderdaad. Interessant is het artikel over Voetius, een interview met mijn leraar Latijn de Niet. Het is wel aardig om te zien dat creationisten nu duidelijk anders denken dan de toch wat simpele opvattingen (vanuit nu gezien) van Voetius. Bijv:

„Zijn alle soorten dieren, ook de giftige en de schadelijke, door God geschapen?” „Ja. Want na de zes dagen zijn er geen nieuwe soorten meer door God geschapen.”

In het creationisme wordt dit nu ontkent. God schiep geen schadelijke dieren. En over nieuwe soorten denken we iets genuanceerder. Het soort begrip zoals Voetius dat hanteerde is niet houdbaar. Er zijn simpelweg veel te veel soorten. Die pasten nooit allemaal in de ark. Het soort begrip zoals dat vroeger gehanteerd werd, blijkt dan ook niet het soortbegrip te zijn wat de Bijbel hanteert. Creationisten gebruiken het woord "baramin", een Hebreewsch woord. Bijv. honden en wolven behoren tot dezelfde baramin. Zo ook alle paarden inclusief de zebra. Ook tijgers en leeuwen behoren waarschijnlijk tot dezelfde soort. Soorten ontstaan uit baramin, en soorten kunnen bijzonder snel ontstaan, vele malen sneller dan de evolutietheorie verwachtte. En de feiten bevestigen dit. Binnen enkele generaties kun je al een soort hebben. God schiep dus niet alle soorten, maar een soort oersoort, die het vermogen had, via specialisatie, zich aan te passen aan de omgeving. Omgekeerd kan niet, dat zou evolutie zijn: als een soort ontstaat na aanpassing, verliest het bepaalde vermogens. Door selectie hou je slechts bepaalde eigenschappen over, precies hetzelfde als hoe nieuwe hondensoorten ontstaan.

Voetius is het niet eens met James Ussher. Maar dat lijkt me onjuist. De Bijbel geeft ons geen exacte jaren zodat we daar niet mee kunnen rekenen. Ze zijn nu juist daarvoor bedoeld: dat we een absolute historische maatstaf zouden hebben, die we anders niet zouden weten. Voetius:

Het kan niemand die er ook maar even over nagedacht heeft, onbekend zijn dat zo’n berekening tal van tekortkomingen heeft”, schrijft hij.

Ik ben bekend met die berekeningen, en ik moet zeggen dat het aardig de tand des tijds heeft doorstaan. Zoveel tekort komingen zijn er niet. Maar de context is hier erg onduidelijk. Het RD heeft wellicht veel context weggelaten. Bedoeld Voetius nu dat een berekening van het uur van de schepping problematisch is, of dat we niet kunnen uitrekenen hoe lang de periode voor de zondvloed was?