Darwin en de fossielen test

In mijn reeks artikelen van de Ellips Darwin special ben ik aangeland bij "Darwin en de fossielentest" van Hans Hoogerduijn. Een goede start om onzin van zin te onderscheiden is als een theorie voorspellingen doet. Zo voorspelde Darwin dat er vele overgangsvormen tussen soorten zouden moeten zijn geweest, en dat er vele fossielen gevonden zouden worden die inderdaad overgangsvormen zijn.

Het resultaat na 150 jaar zoeken is nogal bedroevend  een handje vol betwiste fossielen. Hans Hoogerduijn's artikel is een uitstekend overzicht van de stand van zaken, en ik kan hier weinig aan toevoegen. Aanbevolen!

Laat me afsluiten met een citaat uit dit artikel:

De geoloog K.J. Hsü (Het grote uitsterven, Amsterdam 1986, p. 289, 291) sluit zijn betoog als volgt af: 'Evolutie is een historisch process dat bewezen wordt door de fossielen in de aardlagen. Darwinisme is een theorie die stelt dat natuurlijke selectie het mechanisme is waardoor de organismen in dit historisch process veranderen (..). Darwin gaf geen fossiele bewijzen voor zijn conclusie, en de twintigste-eeuwe neo-darwinisten doen dat al evenmin'; verder is 'Darwins postulaat van natuurlijke selectie als het mechanisme waarmee de soorten veranderen althans gedeeltelijk gefalsificeerd'. Daarom concludeert Hsü, 'is darwinisme geen wetenschap meer, maar een dogma van het huidige wetenschapsestablishment'.