Economie

Economie 101, deel 4: Wat is rente

In het laatste deel wees ik de centrale banken aan als de veroorzaker van de economische crisis. Het is bewezen dat je een economie niet centraal kunt plannen. Zowel in theorie (Friedrich Hayek) als in de praktijk: de ineenstoring van de louter geplande economieen in Oost Europa en Rusland.

Je kunt dus ook de rente niet centraal plannen. Dat veroorzaakt enorme verstoringen in het economische systeem, leidend tot recessies en depressies.

Maar hoe ontstaat, volgens de Oostenrijkse School, nu rente? Net als de prijs van alle andere dingen. Laten we weer een eiland als voorbeeld nemen. Op dit eiland woont een boer met een koe die 10 liter melkt geeft. De boer verkoopt deze melk voor 1 Euro per liter. Er zijn 10 families die allemaal melk lusten en allemaal maximaal 1 Euro willen betalen , dus de boer verkoopt elke dag 10 liter melk.. Stel dat er nu een extra familie die melk lust op het eiland komt. Er zijn nu 11 families die elk 1 Euro willen betalen aan de boer voor melk. Maar er is maar 10 liter melk. Als de boer de prijs van de melk nu verhoogt naar 1.10 Euro, verdient hij 11 Euro, en verkoopt nog steeds 10 liter melk. De families kunnen of willen slechts 1 Euro betalen, dus ze krijgen nu wat minder melk: ongeveer 0.9 liter.

Wat gebeurd er als in de oorspronkelijke situatie 1 van de 10 families vertrekt? Dan gaat de prijs omlaag. Er zijn slechts 9 gegadigden voor de 10 liter, dus de Boer verkoopt nu 1.11 liter melk per persoon en dat voor 0.90 Euro.

Dit voorbeeld illustreert eenvoudig het verband tussen vraag en gelijkblijvend aanbod: bij een verhoogde vraag en gelijkblijvend aanbod, gaat de prijs omhoog. Bij een verlaagde vraag en een gelijkblijvend aanbod, gaat de prijs omlaag.

Dat is, heel simpel, wat een markt is: vraag en aanbod worden op de meest efficiente manier op elkaar afgestemd. Zo werkt, of zo zou het moeten werken, ook de geldmarkt: als er veel gespaard is, is er dus veel geld. En gaat de rente omlaag. Als er weinig gespaard is, is er dus een tekort aan geld, aan gaat de rente omhoog. Zo houden sparen en rente elkaar in evenwicht.

Dit evenwicht bestaat niet meer als de centrale banken de rentestanden manipuleren. Er is dan geen verband meer tussen sparen en de hoogte van de rente. Wat je dus krijgt is dat mensen kunnen blijven lenen, schulden kunnen maken, en dus niet of minder sparen, maar de rente gaat niet omhoog. De schulden kunnen dus tot bijzonder grote hoogte oplopen. De traditionele economen vinden zo'n tijd dan een 'boom': het gaat fantastisch goed, mensen kopen als gekken.

Maar zo'n systeem stort toch een keer in. Traditionele economen noemen dit dan een 'bust', een depressie. En dan heb je dus de traditionele boom/bust cycle die je in de economieboeken tegenkomt. Maar er wordt niet bij vertelt dat dit een kunstmatige cyclus is die onstaat door rentemanipulaties, het fractionele-reserve bankieren, en het gebruik van fiat-geld (fiat money). Over geld gaan we het de volgende keer hebben.

Maar nog tot slot: we kunnen menselijke hebzucht de schuld van een recessie geven, maar dat is eigenlijk geen verklaring. Mensen zijn altijd hebzuchtig, dat verandert niet. Je kunt de hebzucht echter wel stimuleren met een economisch systeem waarbij correctie via politieke dwang niet plaats kan vinden tot het systeem zo opgeblazen is dat het weer instort.

Economie 101, deel 3: De oorzaak van de financiƫle crisis is de centrale bank

In het eerste deel heb ik uitgelegd hoe banken werken en dat ze daardoor zeer makkelijk om kunnen vallen. In het tweede deel heb ik uitgelegd hoe de centrale bank met dit systeem verweven is: het functioneert als laatste lener, dus het moet er voor zorgen dat het bankwezen stabieler is.

Maar er is nog een tweede rol van de centrale bank, en daar gaat nu over. En dat is de rol waarom we in de economische crisis zijn terechtgekomen. De centrale banken vinden uiteraard dat ze niets verkeerd hebben gedaan. De Nederlandsche Bank was zelfs zo benauwd voor kritiek dat ze snel een boekje hebben gemaakt: "Van kredietcrisis tot recessie". Het is werkelijk een gruwelijk boekje. De schuld van de crsis, volgens de bank, zijn de arme (lees zwarte) mensen in America:

In de Verenigde Staten zijn de laatste jaren veel zogenaamde ‘subprime-hypotheken’ verkocht. Een subprime-hypotheek is een hypotheek voor mensen met een laag inkomen. Op die manier konden veel arme Amerikanen toch een huis kopen en ‘The American dream’ realiseren. ... Je snapt dat deze hypotheken een behoorlijk risico inhielden. De kans dat arme mensen niet kunnen betalen is vrij groot. Zeker als de economische omstandigheden verslechteren. Banken die deze hypotheken hadden verstrekt, kwamen zelf in de problemen toen veel van hun klanten niet meer konden betalen.

Werkelijk, de vraag of overheden of de centrale bank iets te maken hebben met de crisis wordt niet eens gesteld. De subprime hypotheken zijn eigenlijk niet helemaal zo belangrijk. Deze markt was ongeveer 1 biljoen groot (andere cijfers zeggen de helft hiervan), waarom zou dit zorgen dat de economie in Duitsland krimpt? Als banken die 1 biljoen moeten afschrijven, is dat nu echt een probleem? Uiteraard zullen veen van de banken die dit gedaan hebben, dit niet overleven, maar waarom zou dat zorgen voor krimp van de economie in Nederland?

We komen hier bij de rol van de centrale bank: de problemen met de hypotheken zijn namelijk een gevolg van de acties van de centrale banken, niet de oorzaak van de problemen. Wat is het meest belangrijke instrument van de centrale banken? Het vaststellen van de rente (iets ingewikkelder dan ik nu hier zeg, maar voldoende). Wat gebeurt er als de rente hoog is? Dat betekent dat dure investeringen, in machines, fabrieken, en huizen, alleen maar gebeuren daar waar men ook een hoge opbrengst verwacht. Wat gebeurt er als de rente laag is? Iedereen kan nu geld krijgen en de meest dwaze investeringen kunnen plaatsvinden.

Het is dus de centrale bank die door middel van het pompen van extra geld in de economie zulke zeepbellen creeert. In de historie zijn er meerdere zeepbellen bekend (in Nederland bijv. met tulpenbollen), maar die waren altijd van locale duur. Sinds de centrale bank opgericht is (in America in 1913) kennen we van deze globale zeepbellen.

De economische theorie die een werkelijke verklaring geeft voor de economische crisis komt uit de zogenaamde Austrian School. De oorzaak van een recessie of depressie is dat de hoeveelheid "geld" is vermeerderd, zonder dat er meer gespaard is. Er zijn allerlei waninvesteringen gedaan, allerlei dwaze dingen, en een of meer zeepbellen zijn ontstaan. De recessie is dan het medicijn. Tijdens een recessie gebeuren twee dingen: dit soort investeringen verdwijnen, en mensen gaan sparen. Alleen met werkelijk gespaard geld kun je investeringen doen, je kunt geen geld creëren zoals de centrale bank dat doet met bijprinten.

Een eenvoudig voorbeeld: stel we hebben eiland met een bakker, 10 inwoners, een fabriek en een centrale bank. De 10 inwoners werken elke dag bij de fabriek en verdienen daarmee 1 euro. Daarmee gaan ze elke ochtend naar de bakker om een brood van 1 euro te kopen. Op een dag vindt de centrale bank het een goed idee om de geldhoeveelheid te vermeerderen. Iedereen is zo arm, dus we printen er wat geld bij en sturen dit direct naar de mensen. Elke dag gaat de centrale bank nu 1 euro naar de mensen sturen.

Wat gebeurt er nu op de eerste dag dat dit gebeurt? De mensen die naar de bakker gaan kopen nu twee broden, dan hoeven ze een dag minder naar de bakker. De bakker bakt elke dag 10 broden, precies wat hij verkoopt. De eerste vijf mensen kopen dus alle 10 broden, de volgende vijf hebben niks. Gelukkig verbouwen ze nog wat in hun groentetuin, dus ze verhongeren niet.

Maar wat denkt nu de bakker? De economie gaat fantastisch! Ik kan wel twee keer zoveel broden verkopen, want ik moest vijf mensen wegsturen. De bakker laat dus, tegen een forse investing, een extra oven bouwen, zodat hij twee keer zoveel broden kan bakken. Hij neemt ook een knecht aan.

Maar wat gebeurt er de volgende dag? Hij verkoopt slechts 10 broden, en blijft er met 10 zitten. Het signaal wat hij kreeg om extra te investeren was onjuist. Hij kan zijn oven weer afbreken en de knecht ontslaan.

Dit simpele voorbeeld toont aan dat je niet de geldhoeveelheid kan vermeerderen, of de rente verlagen, zonder bijzonder ongewenste consequenties. Zulke investeringen zullen geliquideerd worden.

Een volgende keer hoe de economie nu wel werkt, volgens de Oostenrijkse School, en hoe je economische vooruitgang werkelijk bereikt wordt. En hoe de rente in het echt bepaald wordt, en dat het centraal plannen hiervan, zoals de Centrale Banken doen, niet kan werken.

Economie 101, deel 2: De centrale bank

In het vorige artikel heb ik uitgelegd hoe banken werken: het geld wat ze van mensen krijgen, lenen ze weer uit. Dus als alle mensen die geld bij de bank hebben staan dat allemaal tegelijk opeisen, gaat de bank failliet. Dit wordt dan een bank run genoemd. Met een bank run is uiteraard niets mis: als een bank het vertrouwen verliest, is dat niet anders dan als een krant lezers verliest, of een supermarkt geen mensen meer trekt na een aantal voedselschandalen.

De regering behandeld banken echter anders als iedere andere sector van de economie. Er is daarom geen sprake van een vrije markt, waarin banken failliet kunnen gaan. Nee, als banken problemen hebben, dan springt de regering met belastinggeld bij. Maar dat gebeurd niet zo vaak, omdat dat erg in het oog loopt.

Regeringen hebben daarom een ander systeem in het leven geroepen: de centrale bank. In een volgend artikel zal ik uitleggen waarom de centrale bank de schuld is van de huidige economische crisis, maar nu slechts wat een centrale bank doet in dit systeem van het fractionele reserve bankieren.

Als een bank niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen doordat teveel mensen hun geld ophalen, leent een bank dit geld bij de centrale bank. De centrale bank moet ervoor zorgen dat een bank niet omvalt. Er is uiteraard geen centrale supermarkt die zorgt dat supermarkten niet failliet gaan, maar dus wel een centrale bank. Zonder een centrale bank heeft het system van fractionele reserves veel problemen. Maar met een centrale bank is het mogelijk dat banken die anders allang failliet waren gegaan, steeds groter en groter worden, en niet omvallen, omdat de centrale bank bijspringt indien nodig. Dus de normale markcorrectie is afwezig: als een bedrijf slecht geleid wordt, gaat het bedrijf failliet. Als een bank slecht geleid wordt, gebeurd er niets, want als de klanten weglopen drukt de centrale bank, bij wijze van spreken, er zo even wat geld bij.

Fractionele reserve bankieren is niet de enige mogelijke manier van bankieren. Zoals gezegd heet het andere systeem volledige fractionele reserve bankieren: Er zijn uit de historie diverse banken bekent die dit hebben toegepast. Een bekend voorbeeld in Nederland was de Amsterdamse wisselbank (opgericht in 1609):

"Het is duidelijk dat gedurende deze hele periode [1609-1772] de Amsterdamse Wisselbank feitelijk een 100 procent reserve in contanten aanhield. Dit stelde haar in staat om in alle crisissituaties aan iedere aanvraag voor contante uitbetaling van gedepositeerde florijnen te voldoen. Dit was het geval in 1672, toen de paniek, veroorzaakt door de Franse dreiging, voor een massale opvordering bij Nederlandse banken zorgde, waarvan de meeste betaling moesten opschorten (zoals dat gebeurde met de banken van Rotterdam en Middelburg). De Amsterdamse Wisselbank was de uitzondering, en het had logisch gezien dan ook geen probleem om deposito's terug te geven. Resultaat was een toenemend en blijvend vertrouwen in haar onkreukbaarheid, en de Amsterdamse Wisselbank werd alom bewonderd door de beschaafde economische wereld."

Overheden houden niet van dit soort banken, en daarom worden ze in de loop van de geschiedenis dan ook altijd beroofd. Door de overheid, zoals ook in Nederland geschiedde:

"Jammergenoeg begon de Amsterdamse Wisselbank in de jaren 1780 de juridische principes waarop ze gefundeerd was, systematisch te schenden. Bewijs laat zien dat dit gedurende de vierde Engels-Nederlandse oorlog was. De reserveratio daalde toen drastisch, omdat de stad Amsterdam eiste dat de bank een groot aandeel van haar deposito's uitleende om de groeiende publieke uitgaven te dekken. Zo kwam het dat de deposito's samen twintig miljoen bedroegen, terwijl er slechts edelmetaal ter waarde van vier miljoen florijnen in de kluizen zat; wat aangeeft dat de bank niet alleen het essentiële principe van veilige bewaring schond waarop ze gebouwd was en waarop haar bestaan gedurende meer dan honderdvijfenzeventig jaar was gebaseerd, maar dat de reserveratio van 100 procent gereduceerd was tot minder dan 25 procent. Dit betekende het definitieve verlies van de langdurige reputatie van de Amsterdamse Wisselbank: deposito's begonnen vanaf toen langzaamaan te verminderen, en in 1820 waren ze geslonken tot minder dan honderdveertigduizend florijnen."

Productieve sector het hardst getroffen door de economische achteruitgang

Dit artikel op nu.nl legt de tegenstellingen schril bloot:

In steden in Brabant en Limburg is de dreiging van werkloosheid het grootst. ... De inwoners van die steden zijn het meest afhankelijk van sectoren waar de hardste klappen vallen, zoals het transport en de bouw.

n steden als Den Haag, Leiden en Groningen, waar veel mensen werken bij overheidsinstellingen of in semipublieke sectoren als de zorg of het onderwijs, zal minder te merken zijn van de economische crisis.

Dus de mensen die productief zijn en het belastinggeld produceren, krijgen het moeilijk. Mensen die het belastinggeld opmaken, merken niets. Dat kan niet zo heel lang goed gaan...

Economie 101, deel 1: banken bedriegen de mensen

Is er helaas bijzonder weinig betrouwbaar materiaal over economie in Nederland. Het is daarom wellicht interessant om uit te leggen waarom we een "economische crisis" hebben. Het woord crisis plaats ik bewust tussen haakjes natuurlijik. Het is geen natuurramp of iets wat onverklaarbaar is. Het was uitermate voorspelbaar, het is precies voorspelt, maar de economische theorie die dit mogelijk maakt is eigenlijk geheel onbekend in Nederland.

Dus met een serie artikelen zal ik daar proberen een beetje verandering in te brengen. De titel is Eonomie 101, dat is een Engelstalig taalgrapje. De introductiecursussen op een universiteit in een Engelstalig land beginnen allemaal met 101. Dus als je "History 101" tegenkomt in een artikel betekent dat vaak dat de schrijver de beginselen van de geschiedenis uitlegt. Het wordt ook vaak als grapje gebruikt als je iets uitlegt wat eigenlijk iedereen weet of zou moeten weten.

Laat ik beginnen met uitleggen hoe een bank werkt. Het blijkt namelijk dat banken altijd niet aan hun lopende verplichtingen kunnen voldoen (ook de Rabobank bijv.)! Als voorbeeld nemen we een land zonder bank. Ik ben de eerste die in dat land een bankt opent. Mijn balans ziet er dan als volgt uit:

Bezittingen Verplichtingen
€ 0 € 0

Op een dag komt de eerste klant binnen, Jan. Jan geeft mij € 100,000 om te bewaren. De balans is nu als volgt:

Bezittingen Verplichtingen
€ 100,000 (Jan, contanten) € -100,000 (Jan, storting)

Zover nog niets mis. Nu komt Janna, en die wil graag geld lenen om een huis te kopen. Het huis kost € 120,000, en ze heeft al € 30,000. Als bank geef je je geld niet aan iedereen, dus je gaat na wie Janna precies is. Het blijkt dat ze betrouwbaar is, en een goede baan heeft. Bovendien is het huis aan de overkant een paar maanden geleden voor € 150,000 verkocht, dus Janna heeft goed onderhandelt. Janna krijgt dus de lening voor 6% rente. De balans ziet er nu als volgt uit:

Bezittingen Verplichtingen
€ 10,000 (Jan, contanten) € -100,000 (Jan, storting)
€ 90,000 (Janna, hypotheek, 6%)  

Nu is er al iets geks gebeurt natuurlijk. Wat als Jan nu bij de bank komt en zijn geld opkomt halen? Dat geld is er niet, de bank kan hem slechts € 10,000 gulden geven!

Wat wel klopt is dat er aan beide kanten € 100,000 staat. Dat klopt nog wel. Maar let nu op de volgende truuk die banken uithalen. Degene die Janna het huis heeft verkocht, Klaas, heeft de € 90,000 die hij van Janna heeft gekregen, niet nodig. Die brengt hij ook naar de bank. We krijgen nu de volgende balans:

Bezittingen Verplichtingen
€ 10,000 (Jan, contanten) € -100,000 (Jan, storting)
€ 90,000 (Janna, hypotheek, 6%) €  -90,000 (Klaas, storting)
€ 90,000 (Klaas, contanten)  

Er is nu een wonder geschiedt: de oorspronkelijke € 100,000 storting van Jan is nu veranderd in een storting van € 190,000 (aan de rechterkant)! In feite is er dus € 90,000 aan extra geld gecreeerd.

Dit systeem van bankieren wordt het fractionele reserve systeem genoemt: voor elke euro die mensen bij de bank brengen, wordt een gedeelte uitgeleend: niet elke euro die gebracht wordt is direct opvraagbaar. Als je geld naar de bank brengt, wordt dat niet netjes voor je bewaard, maar voor een groot deel uitgeleend. In dit voorbeeld: als Jan nu zijn geld opvraagd, kan de bank dat gegeven, maar als Klaas zijn geld opvraagt is dit er niet.

Wat achtergrond informatie:Full Reserve Banking heeft het vertrouwen van haar spaarders niet nodig

Het voorbeeld is geleend van Karl Denninger (voorstander van het fractionele reserve bankieren).

Syndicate content